Terug
Gepubliceerd op 16/01/2020

2019_GR_00157 - Vaststellen van de belasting op barpersoneel, privé-clubs en rendez-voushuizen - Aanslagjaar 2020 - 2025 - Goedkeuring

Gemeenteraad
do 19/12/2019 - 19:30 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robben Martens, Ann Schrijvers, Matty Coninx, Dirk Smits, Marina Seurs, Rozette Reyskens, Veerle Remans, Eric Niesten, Servaas Dreesen, Rita Indestege, Anita Nijssen, Yannick Eurlings, Martin van der Sman, Ward Lenaerts, Filip Olaerts, Sofie Herremans, Pascal Hermans, Heidi Thijs, Marc Vanhengel

Verontschuldigd

Bart Bamps

Secretaris

Marc Vanhengel

Stemming op het agendapunt

2019_GR_00157 - Vaststellen van de belasting op barpersoneel, privé-clubs en rendez-voushuizen - Aanslagjaar 2020 - 2025 - Goedkeuring
Goedgekeurd

Aanwezig

Robben Martens, Ann Schrijvers, Matty Coninx, Dirk Smits, Marina Seurs, Rozette Reyskens, Veerle Remans, Eric Niesten, Servaas Dreesen, Rita Indestege, Anita Nijssen, Yannick Eurlings, Martin van der Sman, Ward Lenaerts, Filip Olaerts, Sofie Herremans, Pascal Hermans, Heidi Thijs, Marc Vanhengel
Stemmen voor 18
Rozette Reyskens, Filip Olaerts, Heidi Thijs, Sofie Herremans, Robben Martens, Veerle Remans, Eric Niesten, Servaas Dreesen, Anita Nijssen, Yannick Eurlings, Pascal Hermans, Ward Lenaerts, Rita Indestege, Ann Schrijvers, Dirk Smits, Matty Coninx, Marina Seurs, Martin van der Sman
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2019_GR_00157 - Vaststellen van de belasting op barpersoneel, privé-clubs en rendez-voushuizen - Aanslagjaar 2020 - 2025 - Goedkeuring 2019_GR_00157 - Vaststellen van de belasting op barpersoneel, privé-clubs en rendez-voushuizen - Aanslagjaar 2020 - 2025 - Goedkeuring

Motivering

Juridische grond

Gelet op de geldende begrotingsonderrichtingen terzake;

De artikels 40-41, 285-286 en 330-333 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

Gelet op het decreet van 17 februari 2012 tot wijziging van de artikelen 7 en 9 van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0003

Aanleiding, context en argumentatie

Overwegende dat de aanwezigheid van privé-clubs, bars met barpersoneel en render-voushuizen op het grondgebied van de gemeente aanleiding kan geven tot activiteiten die de veiligheid, openbare orde, rust en zedelijkheid in de gemeente in gedrang brengen.

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 40 §2 van het decreet lokaal bestuur - De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen.
<p>Artikel 40 &sect;2 van het decreet lokaal bestuur: De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen.</p>

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Voor het aanslagjaar 2020 t.e.m. aanslagjaar 2025 wordt een jaarlijkse belasting geheven op bars en barpersoneel, privé-clubs en rendez-vous huizen.

Artikel 2

Als bar en barpersoneel wordt beschouwd: "een drankgelegenheid of inrichting, ongeacht of de toegang afhankelijk gesteld wordt van het vervullen van zekere formaliteiten of voorbehouden is aan zekere personen, een jaarlijkse belasting wordt geheven per enntiteit die personen (m/v) die behoren tot het barpersoneel die in die drankgelegenheid of inrichting, met of zonder loon, tijdelijk of bestendig, de klanten lokt of bedient of zingt of danst en die de handel van de uitbater bevordert, rechtstreeks of onrechtstreeks, hetzij door gewoonlijk met de klant te verbruiken, hetzij tot het verbruik aanzet door alle andere middelen dan de eenvoudige uitoefening van zang- en danskunst."

Als privé-club wordt beschouwd: "elke inrichting of gelegenheid die niet onder het voorgaande begrip “bar” valt en waar de mogelijkheid geboden wordt om dranken te gebruiken en waarvan de toegang afhankelijk gesteld is van het vervullen van zekere formaliteiten en/of voorbehouden is voor zekere personen."

Als rendez-voushuis wordt beschouwd: "een gebouw met een plaats of plaatsen, (kamer, appartement, salon, e.d.) die al dan niet tegen vergoeding ter beschikking wordt of worden gesteld voor een intieme ontmoeting tussen personen of  intieme activiteiten met seksuele gebruiksvoorwerpen, zonder dat het de bedoeling is om er, zoals in een erkend hotel, pension, logementshuis of gelijkaardige instelling, te overnachten. Dit kan vastgesteld worden doordat die huizen of inrichtingen ofwel hun aard door uiterlijke kentekens ter kennis van voorbijgangers brengen, ofwel als dusdanig bekend zijn en uit bepaalde vaststellingen en onderzoeken, uitgevoerd door de politiediensten of een gemeentelijk ambtenaar, blijkt dat zij een dergelijke bedrijvigheid uitoefenen. "

Artikel 3

Het bedrag van de belasting bedraagt per aanslagjaar:

  • Bar met barpersoneel: 2000 EUR
  • Privé-club: 2000 EUR
  • Rendez-voushuizen: 2000 EUR

Artikel 4

De belasting is verschuldigd door:

  • de exploitant van de bar, de privé-club of het rendez-voushuis; de eigenaar van het pand is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
  • als het gaat om een onderneming beheerd door een vereniging die geen rechtspersoonlijkheid bezit, door de persoon of personen, die hetzij eigenaar, hetzij huurder van het pand zijn.
  • de lastgever wanneer de de bar, de privé-club of het rendez-voushuis wordt geëxploiteerd door een zaakwaarnemer of een andere aangestelde; het is desgevallend de houder die moet bewijzen dat hij de bar, de privé-club of het rendez-voushuis voor rekening van een derde uitbaat.

Bij verandering van de aangestelde dient de lastgever hiervan aangifte te doen bij het college van burgemeester en schepenen en dat vooraleer de nieuwe aangestelde in dienst treedt.

Artikel 5

Van de belasting zijn vrijgesteld:

  • de ondernemingen met een onmiskenbaar cultureel, politiek of maatschappelijk doel waar de drankgelegenheid slechts in bijkomende orde geëxploiteerd wordt;
  • de ondernemingen die, om reden van het doel dat wordt nagestreefd, door de openbare besturen geldelijk wordt gesteund.

Artikel 6

De belasting is persoonlijk en onverdeelbaar; zij is voor gans het jaar verschuldigd, ongeacht de datum van de opening van de de bar, de privé-club of het rendez-voushuis; of de datum van indienstneming van de in artikel 2 bedoelde personen.

Bij overname in de loop van een bepaald dienstjaar is de belasting in haar geheel opnieuw verschuldigd door de nieuwe exploitant en blijft de belasting, gesteld op de uitbater die het bedrijf overdraagt, in haar geheel behouden.

Om geen enkele reden wordt vermindering van de belasting toegestaan.

Artikel 7

De belastingplichtigen moeten uiterlijk 1 december van het belastingjaar aan het gemeentebestuur aangifte doen van de bestaande ondernemingen zoals bedoeld in artikel 2. Nieuwe exploitaties dienen aangegeven binnen de veertien dagen na de opening ervan.

Artikel 8

De belasting, alsmede de eventuele belastingverhoging vermeld onder artikel 9, wordt ingevorderd door middel van een kohier. Dit kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurig aangifte vanwege de belastingsplichtige wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingsaanslag betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingsaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade aan te richten.

Artikel 9

Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging als volgt worden toegepast en afzonderlijk in het kohier en op het aanslagbiljet worden vermeld, afgezien van het feit of het om één of meerdere overtredingen per jaar gaat:

  • 10 % bij een eerste overtreding
  • 25%, 50% en 100% bij recpectievelijk een tweede, derde en vierde overtreding, met dien verstande dat van af het jaar waarin de aangifte correct en tijdig werd ingediend de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig hersteld wordt;
  • vanaf de vijfde opeenvolgende overtreding zal de belastingverhoging 200% van de ambtelijk in te kohieren belasting bedragen.

Artikel 10

De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het dienstjaar door het college van burgemeester en schepenen. Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtige. 

Artikel 11

Het aanslagbiljet bevat de elementen vermeld op het kohier, de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te warden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift. Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.

Artikel 12

De belastingplichtige kan tegen zijn aanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag.

Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

Het college van burgemeester en schepenen of het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen acht dagen na de verzending of de indiening van het bezwaarschrift.

Artikel 13

De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.

Artikel 14

Overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door beëdigde ambtenaren. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van tegendeel.

Artikel 15

In toepassing van artikel 330-333 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt dit besluit in viervoud overgemaakt aan de toezichthoudende overheid:

VAC
Koninging Astridlaan 50
3500 Hasselt