Terug
Gepubliceerd op 16/01/2020

2019_GR_00181 - Verblijfsbelasting - dienstjaren 2020-2025 - Goedkeuring

Gemeenteraad
do 19/12/2019 - 19:30 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robben Martens, Ann Schrijvers, Matty Coninx, Dirk Smits, Marina Seurs, Rozette Reyskens, Veerle Remans, Eric Niesten, Servaas Dreesen, Rita Indestege, Anita Nijssen, Yannick Eurlings, Martin van der Sman, Ward Lenaerts, Filip Olaerts, Sofie Herremans, Pascal Hermans, Heidi Thijs, Marc Vanhengel

Verontschuldigd

Bart Bamps

Secretaris

Marc Vanhengel

Stemming op het agendapunt

2019_GR_00181 - Verblijfsbelasting - dienstjaren 2020-2025 - Goedkeuring
Goedgekeurd

Aanwezig

Robben Martens, Ann Schrijvers, Matty Coninx, Dirk Smits, Marina Seurs, Rozette Reyskens, Veerle Remans, Eric Niesten, Servaas Dreesen, Rita Indestege, Anita Nijssen, Yannick Eurlings, Martin van der Sman, Ward Lenaerts, Filip Olaerts, Sofie Herremans, Pascal Hermans, Heidi Thijs, Marc Vanhengel
Stemmen voor 11
Rozette Reyskens, Heidi Thijs, Robben Martens, Anita Nijssen, Yannick Eurlings, Ward Lenaerts, Rita Indestege, Ann Schrijvers, Dirk Smits, Matty Coninx, Marina Seurs
Stemmen tegen 7
Filip Olaerts, Sofie Herremans, Veerle Remans, Eric Niesten, Servaas Dreesen, Pascal Hermans, Martin van der Sman
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2019_GR_00181 - Verblijfsbelasting - dienstjaren 2020-2025 - Goedkeuring 2019_GR_00181 - Verblijfsbelasting - dienstjaren 2020-2025 - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding, context en argumentatie

Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet op de geldende begrotingsonderrichtingen terzake;

Juridische grond

  • De artikels 40-41, 285-286 en 330-333 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
  • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
  • Het decreet van 17 februari 2012 tot wijziging van de artikelen 7 en 9 van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Er wordt voor de dienstjaren 2020-2025 een gemeentebelasting geheven ten laste van de natuurlijke – of rechtspersonen die met een winstoogmerk terreinen voor tentenkampen, kamers of appartementen in hotels, pensions of gelijkaardige inrichtingen verhuren of ook onverplaatsbare noch afbreekbare gebouwen verhuren aan personen die niet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister als verblijvend in die gebouwen of delen van de gebouwen.

De verhuring van de gebouwen of gedeelten van gebouwen bestemd voor verblijf, zelfs voor beperkte tijd, omvat de verhuring voor gelijk welke duur van hotel- en pensionkamers, huizen, studio’s of kamers, al dan niet gemeubeld, tot zelfs een eenvoudig bed.

Artikel 2

Het bedrag der belasting wordt forfaitair vastgesteld op 0,075 EUR per persoon per dag in jeugdherbergen en jeugdkampen en 100 EUR per kamer in de hotels en pensionkamers of gelijkaardige inrichtingen.

Het aantal kamers dat verhuurd kan worden op 1 januari van het dienstjaar, wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de belasting voor dat dienstjaar.

De belasting valt ten laste van de huurder en solidair de eigenaar

Artikel 3

Met ingang van 01.01.2021 wordt dit forfaitaire bedrag jaarlijks (=jaar N) aangepast aan de gezondheidsindex (die de loonevolutie volgt), volgens de formule:

                                                                                 gezondheidsindex december jaar N-1

Forfait per bed per jaar N = forfait per bed per jaar x    -----------------------------------------------------

                              gezondheidsindex december jaar 2019

Hiervoor wordt de gezondheidsindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruikt.

Artikel 4

Elke persoon die het inzicht heeft een belastbare activiteit uit te oefenen is verplicht hiervan aangifte te doen bij het gemeentebestuur, met opgave van het aantal beschikbare bedden vóór het begin van de uitbating.

In geval van stopzetting van de belastbare activiteit licht de belastingplichtige het gemeentebestuur hiervan in.

Artikel 5

De belastingplichtigen zijn verplicht de belastbare elementen op te geven overeenkomstig een formulier hen toegezonden door het gemeentebestuur.

Dit formulier dient vóór de erin vermelde dag teruggezonden te worden.

Zij die geen aangifteformulier ontvangen hebben of belastingplichtig worden na de inzameling van de aangifteformulieren, zijn niettemin verplicht vóór 30 januari volgend op het belastingjaar spontaan de nodige gegevens aan het gemeentebestuur te bezorgen om de aanslag te kunnen berekenen.

Artikel 6

Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.

Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgende op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingsaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar.

Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met het dubbel van de belasting en wordt ook ingekohierd.

Artikel 7

De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het dienstjaar door het college van burgemeester en schepenen.

Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtige.

Artikel 8

Het aanslagbiljet bevat de elementen vermeld op het kohier, de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.

Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.

Artikel 9

De belastingplichtige kan tegen zijn aanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag.

Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.

Het college van burgemeester en schepenen of het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen acht dagen na de verzending of de indiening van het bezwaarschrift. De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.

Artikel 10

De overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren.

De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

Artikel 11

In toepassing van artikel 330-333 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt dit besluit in viervoud overgemaakt aan de toezichthoudende overheid:

VAC
Koninging Astridlaan 50
3500 Hasselt