Gelet op de belasting van het milieu,
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet op de geldende begrotingsonderrichtingen terzake;
Voor de dienstjaren 2020-2025 wordt er een gemeentebelasting gevestigd op de stapelplaatsen en opslagplaatsen niet gelegen op het industrieterrein van voertuigen buiten gebruik, ongeacht de hoeveelheid en voor afbraakmaterialen.
De belasting wordt vastgesteld op 5 EUR per are kadastrale oppervlakte van het perceel bestemd voor de exploitatie op 1 januari van het belastingjaar met een minimum van 250 EUR.
Onder opslagplaats wordt bedoeld elke niet overdekte verzamelplaats voor afbraak- of buitengebruik gestelde voertuigen en/of schroot alsmede voor afbraakmaterialen ongeacht de hoeveelheid ervan.
Onder afbraak of buitengebruik gestelde voertuigen wordt verstaan, hetzij voertuigen die niet meer kunnen gebruikt worden, maar waarvan het koetswerk nog bestaat, of die nog bruikbaar kunnen gemaakt worden of die nog dienstig kunnen zijn als onderdelen voor andere voertuigen.
Onder schroot wordt verstaan metaalafval en brokstukken van metalen voorwerpen, ongeacht de restwaarde. Onder afbraakmateriaal wordt verstaan de opslag van materialen welke voorheen gediend hebben in bouw- of wegenwerken.
De belasting is verschuldigd door de exploitant van de opslagplaats; de eigenaar van het goed waarop de opslagplaats is gevestigd, is solidair aansprakelijk voor de betaling van de belasting
De belasting is niet verschuldigd voor:
De belastingplichtigen zijn verplicht de belastbare elementen op te geven overeenkomstig een formulier hen toegezonden door het gemeentebestuur.
Dit formulier dient vóór de erin vermelde dag teruggezonden te worden.
Zij die geen aangifteformulier ontvangen hebben of belastingplichtig worden na de inzameling van de aangifteformulieren zijn niettemin verplicht vóór 1 april van het dienstjaar spontaan de nodige gegevens aan het gemeentebestuur te bezorgen om de aanslag te kunnen berekenen.
Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingsaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar.
Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met het dubbel van de belasting en wordt ook ingekohierd.
De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het dienstjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Het aanslagbiljet bevat de elementen vermeld op het kohier, de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
De belastingplichtige kan tegen zijn aanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen acht dagen na de verzending of de indiening van het bezwaarschrift.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
De overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren.
De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
In toepassing van artikel 330-333 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt dit besluit in viervoud overgemaakt aan de toezichthoudende overheid:
VAC
Koninging Astridlaan 50
3500 Hasselt