Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet op de geldende begrotingsonderrichtingen terzake;
Er wordt voor de dienstjaren 2020-2025 ten voordele van de gemeente een directe belasting gevestigd op de tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger ingeschreven zijn.
Onder tweede verblijf moet worden verstaan elke private woongelegenheid waarvan de persoon die er kan wonen, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitenverblijven, optrekjes, chalets, wooncaravans of alle andere vaste woongelegenheden.
Als tweede verblijf worden niet beschouwd:
Onder wooncaravans moet verstaan worden de caravans die technisch niet gemaakt zijn om voortgetrokken te worden, en waarvan het chassis en het type van wielen het voortslepen niet zouden verdragen.
Met verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens worden alle soorten van caravans en woonaanhangwagens bedoeld die op de wettelijke voorgeschreven tijdstippen aan de technische controle onderworpen worden en waarvan een geldig schouwingsbewijs kan worden voorgelegd, waardoor ze op elk moment in het verkeer gebracht kunnen worden.
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op:
Met ingang van 01.01.2021 wordt dit forfaitaire bedrag jaarlijks (=jaar N) aangepast aan de gezondheidsindex (die de loonevolutie volgt), volgens de formule:
Forfait per tweede verblijf per jaar N =
gezondheidsindex december jaar N-1
forfait per tweede verblijf per jaar x ----------------------------------------------------
gezondheidsindex december 2019
Hiervoor wordt de gezondheidsindex met betrekking tot het jaar 2013 als basisjaar (=100) als referentie gebruik.
De belasting is verschuldigd door wie op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf; de hoedanigheid van tweede verblijf wordt op diezelfde datum beoordeeld.
In geval van mede-eigendom is de mede-eigenaar de belasting verschuldigd voor zijn wettelijke aandeel.
De belasting is verschuldigd:
1. door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het belastingjaar optreedt als de concessiehouder, de uitbater of de verhuurder van de tweede verblijven opgericht op de camping, het verblijfpark of het chaletpark;
2. door de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van de grond waarop het tweede verblijf is opgericht in de gevallen er geen concessiehouder, uitbater of verhuurder is.
Door wie op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is en solidair door de huurder van het tweede verblijf. Ingeval van mede-eigendom is de mede-eigenaar de belasting verschuldigd voor zijn wettelijk aandeel.
De belastingplichtigen zijn verplicht de belastbare elementen op te geven overeenkomstig een formulier hen toegezonden door het gemeentebestuur. Dit formulier dient vóór de erin vermelde dag teruggezonden te worden.
Zij die geen aangifte ontvangen hebben of belastingplichtig worden na de inzameling van de aangifteformulieren zijn niettemin verplicht spontaan de nodige gegevens aan het gemeentebestuur te bezorgen om de aanslag te kunnen berekenen.
Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtigen, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar.
Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd tot het dubbel van de belasting en wordt ook ingekohierd.
De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het dienstjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten.
Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtige.
Het aanslagbiljet bevat de elementen vermeld op het kohier, de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
De belastingplichtige kan tegen zijn aanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag. Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend.
Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen acht dagen na de verzending of de indiening van het bezwaarschrift.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
De overtredingen op dit reglement wordt vastgesteld door de beëdigde ambtenaren.
De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
In toepassing van artikel 330-333 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt dit besluit in viervoud overgemaakt aan de toezichthoudende overheid:
VAC
Koninging Astridlaan 50
3500 Hasselt