Terug
Gepubliceerd op 09/03/2020

2020_GR_00030 - Convenant of mayors 2030 - gemeentelijk klimaatactieplan + SECAP - Goedkeuring

Gemeenteraad
do 27/02/2020 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Robben Martens, Ann Schrijvers, Matty Coninx, Dirk Smits, Yannick Eurlings, Rozette Reyskens, Marina Seurs, Eric Niesten, Servaas Dreesen, Rita Indestege, Anita Nijssen, Martin van der Sman, Bart Bamps, Filip Olaerts, Sofie Herremans, Pascal Hermans, Heidi Thijs, Marc Vanhengel

Verontschuldigd

Veerle Remans, Ward Lenaerts

Secretaris

Marc Vanhengel

Stemming op het agendapunt

2020_GR_00030 - Convenant of mayors 2030 - gemeentelijk klimaatactieplan + SECAP - Goedkeuring
Goedgekeurd

Aanwezig

Robben Martens, Ann Schrijvers, Matty Coninx, Dirk Smits, Yannick Eurlings, Rozette Reyskens, Marina Seurs, Eric Niesten, Servaas Dreesen, Rita Indestege, Anita Nijssen, Martin van der Sman, Bart Bamps, Filip Olaerts, Sofie Herremans, Pascal Hermans, Heidi Thijs, Marc Vanhengel
Stemmen voor 17
Rozette Reyskens, Filip Olaerts, Heidi Thijs, Sofie Herremans, Robben Martens, Eric Niesten, Servaas Dreesen, Anita Nijssen, Yannick Eurlings, Bart Bamps, Pascal Hermans, Rita Indestege, Ann Schrijvers, Dirk Smits, Matty Coninx, Marina Seurs, Martin van der Sman
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2020_GR_00030 - Convenant of mayors 2030 - gemeentelijk klimaatactieplan + SECAP - Goedkeuring 2020_GR_00030 - Convenant of mayors 2030 - gemeentelijk klimaatactieplan + SECAP - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding, context en argumentatie

In oktober 2015 lanceerde de Europese Commissie een nieuw convenant, het Burgemeestersconvenant voor Klimaat en Energie 2030, waarin de nieuwe EU-klimaatdoelstellingen voor 2030 geïmplementeerd werden. Ook dit convenant werd door de gemeente, samen met bijna al de andere Limburgse gemeenten, ondertekend. Het nieuwe burgemeestersconvenant heeft als doel om de CO2-uitstoot op het grondgebied van de gemeente met minstens 40% te doen dalen tegen 2030 en de gemeente uit te laten groeien tot een veerkrachtige plaats waar burgers toegang hebben tot veilige, duurzame en betaalbare energie.

GELET op het feit dat het Intergouvernementele Panel voor Klimaatverandering (IPCC) heeft bevestigd dat de klimaatverandering een feit is en dat menselijke activiteiten het klimaat op aarde blijven beïnvloeden;

OVERWEGENDE dat volgens de bevindingen van het IPCC beperking van en aanpassing aan klimaatverandering elkaar aanvullende benaderingen zijn ter vermindering van de risico’s van de gevolgen van de klimaatverandering in verschillende tijdschalen;

GELET op het feit dat op 12 december 2015 195 landen, waaronder België de overeenkomst van Parijs ondertekenden en dat dit akkoord de temperatuurstijging ruim onder 2°C (t.o.v. de pre-industriële periode) wil houden en zelfs nastreven om deze te beperken tot 1,5°C; de capaciteit van landen wil verhogen om zich aan te passen aan klimaatopwarming en klimaatweerbaarheid te verhogen (adaptatie); de transitie wil maken naar een koolstofarme maatschappij en financiële stromen wil compatibel maken met de transitie naar deze koolstofarme en klimaatweerbare ontwikkeling;

GELET op het feit dat nationale regeringen, inclusief België, in het kader van de Rio+20-Conferentie van de Verenigde Naties een reeks duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's) zijn overeengekomen. Deze vereisen onder meer dat de internationale gemeenschap "de toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen verzekert" (SDG7), dat "steden en woonplaatsen inclusiever, veiliger, veerkrachtiger en duurzamer worden gemaakt" (SDG11) en dat "dringend actie wordt ondernomen om klimaatverandering en de gevolgen daarvan te bestrijden" (SDG13);

OVERWEGENDE dat het initiatief Duurzame energie voor iedereen in 2011 door de secretaris-generaal van de VN is gelanceerd en erop gericht is de volgende drie onderling verbonden doelstellingen te bereiken tegen 2030: "universele toegang tot moderne energiediensten voor iedereen", "verdubbeling van de verbetering van de energie-efficiëntie" en "verdubbeling van het aandeel van hernieuwbare energie in de totale energiemix";

GELET op het feit dat de Europese Unie in 2014 het Klimaat- en Energiepakket 2030 heeft aangenomen, waarin drie doelstellingen zijn opgenomen, namelijk een bindende, interne broeikasgasvermindering van minstens 40% t.o.v. 1990, een bindende doelstelling van minstens 32% hernieuwbare energie in het finale energiegebruik in 2030, een indicatieve reductiedoelstelling van minstens 32,5% voor het energiegebruik in 2030 (t.o.v. het 2007-referentiescenario) en een interconnectiedoelstelling van 15% in de elektriciteitssector;

GELET op het feit dat de Europese Commissie in 2011 de ‘Routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050’ heeft aangenomen die tot doel heeft tegen 2050 de uitstoot van broeikasgassen in de EU met 80 tot 95% te verminderen ten opzichte van 1990 - dit initiatief is tevens door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie toegejuicht;

OVERWEGENDE dat het Comité van de Regio’s van de Europese Unie de overtuiging is toegedaan dat lokale en regionale overheden hun krachten dienen te bundelen omdat multilevel governance een effectief middel is om de efficiëntie van maatregelen tegen klimaatverandering te vergroten;

GELET op het Vlaams klimaatbeleidsplan 2013-2020 dat op 28 juni 2013 werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering en bestaat uit een Vlaams Mitigatieplan en een Vlaams Adaptatieplan;

GELET op het feit dat de Vlaamse Regering op 20 juli 2018 het ontwerp van Vlaams Klimaatbeleidsplan 2021-2030 goedkeurde;

OVERWEGENDE dat het ontwerp van Vlaams Klimaatbeleidsplan 2021-2030 samen met het Vlaams Energiebeleidsplan 2021-2030 de Vlaamse inbreng vormt voor het ontwerp van een Belgisch geïntegreerd energie- en klimaatplan;

OVERWEGENDE dat wij ons er van bewust zijn dat de lokale en regionale overheden, samen met de nationale overheden, de verantwoordelijkheid dragen voor het bestrijden van de opwarming van de aarde en zich dan ook actief daarvoor moeten inzetten, ongeacht wat de andere partijen doen;

OVERWEGENDE dat steden en gemeenten direct en indirect (via de door de burgers gebruikte producten en diensten) verantwoordelijk zijn voor meer dan de helft van de broeikasgasemissies als gevolg van het gebruik van energie in het kader van menselijke activiteiten;

OVERWEGENDE dat veel van de maatregelen ter vermindering van de vraag naar energie, ter bevordering van het gebruik van duurzame energie en ter bestrijding van de klimaatverandering onder de bevoegdheden van de lokale overheden vallen of zonder de politieke steun van de lokale overheden niet zouden kunnen worden uitgevoerd;

OVERWEGENDE dat de Europese Unie de in het vooruitzicht gestelde emissiereductie alleen kan realiseren als ook de lokale stakeholders en de burgers en hun organisaties daartoe een bijdrage leveren;

OVERWEGENDE dat de lokale en regionale overheden de belangrijkste drijfveren voor de energietransitie en de strijd tegen klimaatverandering zijn op het bestuursniveau dat het dichts bij de burger staat;

OVERWEGENDE dat lokale en regionale overheden een sleutelpositie innemen om de kwetsbaarheid van hun grondgebied voor de verschillende gevolgen van klimaatverandering te beperken;

OVERWEGENDE dat effectieve maatregelen op lokaal niveau de EU-lidstaten beter in staat stellen hun verplichtingen op het vlak van de vermindering van broeikasgasemissies na te komen;

OVERWEGENDE dat lokale en regionale overheden in heel Europa de broeikasgasemissies helpen verminderen door het opzetten van energie-efficiëntieprogramma’s, incl. programma’s op het vlak van duurzame mobiliteit, en door het stimuleren van het gebruik van duurzame energie;

OVERWEGENDE dat de Europese Commissie in 2008 het Burgemeestersconvenant in het leven heeft geroepen om lokale overheden te betrekken en te ondersteunen bij de uitvoering van maatregelen met het oog op de beperking van klimaatverandering;

OVERWEGENDE dat het Burgemeestersconvenant sinds zijn oprichting wordt erkend als een essentieel EU-instrument, met name voor zijn rol in de strategie voor de energie-unie (Europese Commissie, 2015) en de Europese strategie voor energiezekerheid (Europese Commissie,  2014) om de energietransitie te versnellen en de zekerheid van de energievoorziening te verbeteren;

OVERWEGENDE dat de Europese Commissie in 2014, als essentiële maatregel van de EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering (Europese Commissie, 2013), het "Mayors Adapt"-initiatief in het leven heeft geroepen om lokale overheden te betrekken en te ondersteunen bij de uitvoering van maatregelen met het oog op aanpassing aan klimaatverandering;

OVERWEGENDE dat de Europese Commissie in 2015 een nieuw, geïntegreerd Burgemeestersconvenant voor Klimaat en Energie lanceerde. Dit Convenant houdt rekening met de Europese klimaatdoelstellingen voor 2030 en verenigt beperking van en aanpassing aan - beide pijlers van de strijd tegen de klimaatverandering -  in 1 overkoepelend initiatief;

OVERWEGENDE dat de provincie Limburg de ambitie heeft klimaatneutraal te worden tegen 2050;

GELET op de vraag van de provincie Limburg om mee te werken aan het realiseren van deze doelstelling;

GELET op het besluit van de gemeenteraad 26 oktober 2017 om het Burgemeestersconvenant voor Klimaat en Energie 2030 te ondertekenen en samen met de Provincie Limburg aan een klimaatneutraal Limburg te werken.

GELET op het feit dat provincie Limburg zijn engagement als territoriaal coördinator in het kader van het vernieuwde Burgemeestersconvenant voor Klimaat en Energie bevestigde op 9 maart 2017, en dus ondersteuning zal bieden aan de steden en gemeenten;

GELET op de doelstellingen van het Burgemeestersconvenant 2030 nl. de CO2-uitstoot op ons grondgebied met ten mínste 40% terug dringen tegen 2030 en maatregelen nemen om de samenleving veerkrachtig te maken voor de gevolgen van de klimaatverandering;

GELET op de engagementen binnen het Burgemeestersconvenant om een emissieberekening uit te voeren en een risico- en kwetsbaarheidsanalyse op te stellen, die als uitgangspunt voor het actieplan worden gebruikt; en het actieplan binnen twee jaar na de formele ondertekening van het Burgemeestersconvenant in te dienen;

GELET op het feit dat de Limburgse gemeenten die het Burgemeestersconvenant 2030 ondertekenden, van de Europese Commissie uitstel hebben gekregen voor de indiening van hun SECAP tot 15 maart 2020;

GELET op de emissieberekening voor de gemeente (nulmeting) en de risico- en kwetsbaarheidsanalyse van de gemeente, aangereikt door de provincie;

GELET op het feit dat een actieplan dat moet worden ingediend bij het Burgemeestersconvenant bestaat uit een klimaatactieplan (tekst in het Nederlands) en een Sustainable Climate and Energy Action Plan (SCEAP, online tool in het Engels);

GELET op het modelactieplan (klimaatactieplan,tekst), aangereikt door de provincie, dat werd toegelicht in de gemeentelijke stuurgroep;

GELET op het klimaatactieplan;

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het gemeentelijk klimaatactieplan goed.

Artikel 2

Het klimaatactieplan (tekst in het Nederlands) en de SECAP (online tool in het Engels) worden online ingevuld op de website van het Burgemeestersconvenant voor 15 maart 2020.