Terug
Gepubliceerd op 12/03/2021

2020_GR_00165 - Belasting op nachtwinkels 2021-2025 - Goedkeuring

Gemeenteraad
do 17/12/2020 - 20:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Tom Wolfs, Voorzitter; Ann Schrijvers, Burgemeester; Matty Coninx, Eerste Schepen; Dirk Smits, Tweede Schepen; Yannick Eurlings, Derde Schepen; Rozette Reyskens, Vierde Schepen; Veerle Remans, Raadslid; Marina Seurs, Raadslid; Eric Niesten, Raadslid; Servaas Dreesen, Raadslid; Rita Indestege, Raadslid; Anita Nijssen, Raadslid; Martin van der Sman, Raadslid; Bart Bamps, Raadslid; Ward Lenaerts, Raadslid; Filip Olaerts, Raadslid; Sofie Herremans, Raadslid; Heidi Thijs, Raadslid; Marc Vanhengel, algemeen directeur

Afwezig

Pascal Hermans, Raadslid

Secretaris

Marc Vanhengel, algemeen directeur

Stemming op het agendapunt

2020_GR_00165 - Belasting op nachtwinkels 2021-2025 - Goedkeuring
Goedgekeurd

Aanwezig

Tom Wolfs, Ann Schrijvers, Matty Coninx, Dirk Smits, Yannick Eurlings, Rozette Reyskens, Veerle Remans, Marina Seurs, Eric Niesten, Servaas Dreesen, Rita Indestege, Anita Nijssen, Martin van der Sman, Bart Bamps, Ward Lenaerts, Filip Olaerts, Sofie Herremans, Heidi Thijs, Marc Vanhengel
Stemmen voor 18
Rozette Reyskens, Filip Olaerts, Heidi Thijs, Sofie Herremans, Veerle Remans, Eric Niesten, Servaas Dreesen, Anita Nijssen, Yannick Eurlings, Bart Bamps, Ward Lenaerts, Rita Indestege, Tom Wolfs, Ann Schrijvers, Dirk Smits, Matty Coninx, Marina Seurs, Martin van der Sman
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2020_GR_00165 - Belasting op nachtwinkels 2021-2025 - Goedkeuring 2020_GR_00165 - Belasting op nachtwinkels 2021-2025 - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding, context en argumentatie

Gelet op artikel 170, § 4 van de Grondwet; 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie-en gemeentebelastingen en latere wijzigingen; 

Gelet op het decreet van 17 februari 2012 tot wijziging van de artikelen 7 en 9 van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;

Gelet op de financiële toestand van de gemeente Zutendaal; 

Gelet op de geldende budgetonderrichtingen terzake; 

Gelet op de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening; 

Gelet  op art. 48 Wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken, samen geordend op 3 april 1953;

Gelet op de omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit;

Overwegende dat de activiteiten van nachtwinkels fundamenteel verschillen van deze van de gewone kleinhandel, onder meer de openingsuren situeren zich grotendeels tijdens de nachtrust van de meeste omwonenden en daardoor maatschappelijke overlast in de directe omgeving met zich meebrengen; 

Overwegende dat het billijk is dat de uitbaters van nachtwinkels bijdragen in de kosten voor het bestrijden van de overlast (handhaving openbare rust, openbare reiniging e.d.);

Met eenparigheid van stemmen;

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Voor de toepassing van het reglement moet er onder nachtwinkels verstaan worden, elke winkel in algemene voedingswaren en huishoudartikelen,open tussen 18.00 uur en 7.00 uur, zoals bedoeld in artikel 4bis van de wet van 29 januari 1999 tot wijziging van de wet van 24 juli 1973 tot instelling van een verplichte avondsluiting in handel, ambacht en dienstverlening en ongeacht of alle verplichtingen en beperkingen voortvloeiend uit die wet door de nachtwinkel gerespecteerd zijn. 

Artikel 2

Met ingang van 1 januari 2021 wordt er voor de aanslagjaren 2021-2025 een belasting geheven bestaande uit een openingsbelasting en een jaarlijkse belasting op de nachtwinkels gelegen op het grondgebied van de gemeente Zutendaal. 

Artikel 3

De openingsbelasting is een éénmalige belasting waarvan de aanslagvoet wordt vastgesteld op 3.000,00 EUR en die verschuldigd is bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel zoals gedefinieerd in artikel 1 van dit reglement. Elke wijziging van uitbating is gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit.

De aanslagvoet van de jaarlijkse belasting is vastgesteld op 750,00 EUR per nachtwinkel. 

De openingsbelasting en de jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook de aanvangs- of stopzettingsdatum van de economische activiteit of de wijziging van uitbating gedurende het jaar is. De jaarlijkse belasting gaat in volgend op het jaar van inkohiering van de openingsbelasting, of bij gebreke hiervan vanaf de inwerkingtreding van het huidig belastingreglement. 

Er wordt geen enkele korting of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook. 

Artikel 4

De belasting is hoofdelijk en ondeelbaar verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen die de zaakvoerder van de nachtwinkel, de uitbater ervan of de eigenaar van het pand is waarin de handelsactiviteit wordt uitgevoerd. 

Artikel 5

Elke wijziging of stopzetting van een economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur. 

Artikel 6

De zaakvoerder van de handelszaak, de uitbater ervan alsmede de eigenaar van het pand zijn ertoe gehouden voorafgaandelijk aan elke economische activiteit aangifte hiervan te doen bij het gemeentebestuur. Ze zijn verplicht alle nodige documenten en vergunningen voor te leggen op het eerste verzoek van het gemeentebestuur. Ze worden eraan gehouden de eventuele controle van hun verklaring mogelijk te maken. 

Teneinde de belasting te heffen, stuurt het gemeentebestuur naar alle nachtwinkels in uitbating een aangifteformulier dat binnen de door het gemeentebestuur vastgestelde periode behoorlijk dient ingevuld, ondertekend en teruggestuurd te worden.

Indien, om welke reden ook, de belastingplichtigen geen aangifteformulier ontvangen hebben, zijn deze jaarlijks ertoe gehouden vóór 1 oktober van het aanslagjaar op eigen initiatief het gemeentebestuur te informeren. 

Artikel 7

Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 7 gestelde termijn, of ingeval van laattijdige, onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve gevestigd volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt. Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vestiging van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat daartoe is aangesteld, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd tot het dubbel van de belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.

Artikel 8

Overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door beëdigde ambtenaren.  De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van tegendeel.

 

Artikel 9

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. De financieel beheerder zorgt onverwijld voor de verzending van de aanslagbiljetten, zonder kosten voor de belastingschuldige. 

Artikel 10

Het aanslagbiljet bevat de elementen vermeld op het kohier, de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift. Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd. 

Artikel 11

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. 

Artikel 12

De belasting wordt ingekohierd op naam van de natuurlijke of rechtspersonen die volgens artikel 5 belastingplichtig zijn. 

Artikel 13

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag of tegen de belastingverhoging bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend of overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst binnen drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het wordt gedagtekend en ondertekend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel, het rijksnummer of ondernemingsnummer van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een duidelijke motivering. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, vermeldt dit uitdrukkelijk in het bezwaarschrift. In voorkomend geval zal hij uitgenodigd worden op een hoorzitting. Het college van burgemeester en schepenen of het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst, stuurt schriftelijk of via duurzame drager binnen vijftien kalenderdagen na de verzending of de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding naar de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger. De belastingschuldigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten enz. zolang de rekening van de stad van het aanslagjaar, waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd. 

Artikel 14

Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

Artikel 15

In toepassing van artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 wordt dit besluit en de inhoud ervan bekendgemaakt op de webtoepassing van de gemeente en wordt de toezichthoudende overheid van die bekendmaking op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.