Artikel 4.1.7 van het decreet grond- en pandenbeleid legt de opmaak van een actieprogramma op. In dit actieprogramma worden alle ‘bebouwbare’ onbebouwde bouwgronden en kavels in eigendom van Vlaamse besturen en Vlaamse semipublieke rechtspersonen, met uitzondering van die in eigendom van sociale woonorganisaties, opgesomd. Voor dit actieprogramma werden de eigendommen van de gemeente, het OCMW en de kerkfabriek geïnventariseerd en onderzocht in functie van de aanwending voor sociaal wonen.
De verplichting om een actieprogramma op te maken, uit te voeren en bij te sturen geldt tot het bindend sociaal objectief is bereikt, ook al volgt de gemeente het vooropgestelde groeipad volgens de tweejaarlijkse voortgangstoetsen.
Uiterlijk eind 2020 is er een door de gemeenteraad goedgekeurd actieprogramma.
Volgens het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid (DGP) krijgen de gemeenten een duidelijke taakstelling, wat betreft het realiseren van een sociaal en bescheiden woonaanbod in de eigen gemeente. Hiertoe legt het decreet een bindend sociaal objectief (BSO) op aan de gemeenten voor sociale huurwoningen. Om dit objectief te realiseren hebben de gemeenten de tijd tot 2025.
Bij de vorige voortgangstoets had Zutendaal een gerealiseerd sociaal woonaanbod van 225 woningen. Een tekort van 75 woningen. Daarmee voldeed de gemeente niet aan de vooropgestelde groeivoet en moest de gemeente een plan van aanpak overmaken aan Wonen Vlaanderen om te concretiseren hoe ze het BSO wilde behalen. Dit plan van aanpak werd op 28 september 2020 goedgekeurd door het schepencollege en overgemaakt aan Wonen-Vlaanderen.
Voor Zutendaal werden alle potentiële onbebouwde percelen in eigendom van publieke of semipublieke instellingen geïnventariseerd. Deze percelen werden vervolgens afgetoetst naar mogelijkheden voor sociale woningbouw. Hierbij werd rekening gehouden met het voorzieningenniveau binnen de onmiddellijke omgeving van de geïnventariseerde percelen zoals de aanwezigheid van winkels, dienstverleners,... en de bediening door het openbaar vervoer.
Omdat het BSO nog niet behaald werd, valt Zutendaal onder de verplichting om een Actieprogramma activering onbebouwde percelen op te maken (art. 4.1.7 DGP). Deze verplichting geldt zolang het BSO niet behaald wordt. Deze verplichting bestaat eruit om een lijst te maken van onbebouwde percelen in eigendom van Vlaamse besturen en semi-publieke rechtspersonen. De gemeente geeft aan welke percelen zullen bestemd worden voor een sociaal woonaanbod. Op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2018 over het lokaal woonbeleid en de goedgekeurde subsidie voor het intergemeentelijk woonproject IGS Lokaal Woonbeleid GAOZ, is de opmaak van zo’n actieprogramma verplicht tegen uiterlijk 31 december 2020.
Wat houdt die verplichting in?
Een lijst van onbebouwde bouwgronden en kavels in eigendom van Vlaamse besturen.
Onder Vlaamse besturen wordt verstaan (art 12, 20°, DGP):
- de Vlaamse ministeries, agentschappen en openbare instellingen
- de Vlaamse provincies, gemeenten en districten
- de Vlaamse gemeentelijke en provinciale extern verzelfstandigde agentschappen
- de Vlaamse verenigingen van provincies en gemeenten, vermeld in de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales, en de samenwerkingsvormen, vermeld in het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking
- de Vlaamse openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de verenigingen, vermeld in hoofdstuk 12 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn
- de polders, vermeld in de wet van 3 juni 1957 betreffende de polders, en de wateringen, vermeld in de wet van 5 juni 1956 betreffende de wateringen
- de Vlaamse kerkfabrieken en de instellingen die belast zijn met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten;
Optioneel kunnen hier ook de Vlaamse semi-publieke rechtspersonen mee inbegrepen worden. De lijst met Vlaamse semi-publieke rechtspersonen wordt toegevoegd als bijlage.
Het gaat om alle onbebouwde bouwgronden en kavels, met uitzondering van (art 3.2.1, DGP):
- Percelen die kennelijk rechtstreeks dienstig voor de uitoefening van de taak van de betrokken rechtspersoon
- Percelen ingericht als collectieve voorzieningen, met inbegrip van hun aanhorigheden;
- Percelen die het voorwerp zijn van een recht van erfpacht, van opstal, van vruchtgebruik of van gebruik;
- Percelen die worden verpacht ingevolge de Pachtwet van 4 november 1969, waarbij het bewijs van de pacht door alle middelen rechtens mag worden geleverd;
- Percelen die in het kalenderjaar voorafgaand aan het heffingsjaar zijn geregistreerd in het Geïntegreerd Beheers- en Controlesysteem;
- Percelen die zijn onderworpen aan een bouwverbod of aan enige andere erfdienstbaarheid tot openbaar nut die woningbouw onmogelijk maakt;
- Percelen waar de onmogelijkheid geldt om woningen op te richten vloeit voort uit een vreemde oorzaak die het Vlaamse bestuur niet kan worden toegerekend, zoals de beperkte omvang van de bouwgronden of kavels, of hun ligging, vorm of fysieke toestand;
- Percelen die blijkens een ten minste reeds voorlopig vastgesteld of voorlopig aangenomen ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van aanleg een met wonen onverenigbare bestemming zullen krijgen;
De geselecteerde percelen moeten ingezet worden om het BSO te behalen. Indien blijkt dat de gemeente onvoldoende inspanningen levert (ze kan in de categorie 2b volgens het monitoringbesluit belanden), dan is de gemeente verplicht om een kwart van de oppervlakte van de eigen gronden te bestemmen naar een sociaal woonaanbod. Dit is nog niet aan de orde voor Zutendaal.
Tot slot is de verplichting voor de opmaak van een actieprogramma niet langer van kracht wanneer het BSO wordt gehaald.
Het actieprogramma 'Onbebouwde percelen Publieke en Semipublieke eigendommen voor de gemeente Zutendaal' werd opgesteld in samenwerking met IGS Lokaal Woonbeleid GAOZ.
Voor de gemeente Zutendaal werden de gronden van Vlaamse besturen en semipublieke rechtspersonen in kaart gebracht. Op sommige locaties worden ook gronden van sociale woonorganisaties aangehaald. Reden hiervoor is dat deze SHM’s grondposities hebben op plaatsen die aansluiten bij gemeentelijke eigendommen. In het actieprogramma wordt telkens bekeken wat de ontwikkelingsmogelijkheden zijn. Het gaat hierbij om bebouwbare percelen en kavels. Eigendommen in bestemmingszones die niet geschikt zijn voor wonen worden daarom automatisch niet meegerekend.
| Ontwikkeling niet mogelijk | Percelen onder de uitzonderingscategorie van art. 3.2.1,lid1, DGP of d |
| Ontwikkeling niet wenselijk | Gemeente wenst geen sociaal huuraanbod te voorzien op deze locatie. |
| Ontwikkeling nog te onderzoeken | Er is ontwikkelingspotentieel, maar er moeten nog verschillende stappen worden ondernomen om het verder te ontwikkelen. Dit kan gaan om verdere gesprekken met de grondeigenaars (in geval van Vlaamse semi-publieke besturen) of aanpalende eigenaars.
|
| Ontwikkeling voor sociaal wonen | Deze percelen worden ingezet voor sociaal wonen. Hierbij dient opgemerkt dat er bij grotere projecten een mix van sociale en private huurwoningen wordt beoogd. Het is niet altijd mogelijk om een concreet aandeel voor zulke projecten nu al vast te leggen.
|
Het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid (DGP) en in het bijzonder art.4.1.7. betreffende de verplichting tot het opmaken van een actieprogramma voor de onbebouwde percelen in eigendom van Vlaamse (semi-)publieke rechtspersonen.
Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de nadere regelen voor [de monitoring van het sociaal woonaanbod, de sociale eigendomsverwerving en het aanbod van standplaatsen voor woonwagens] en tot bepaling van de methodologie en de criteria voor de uitvoering van een tweejaarlijkse voortgangstoets.
De gemeenteraad keurt het actieprogramma 'Onbebouwde percelen Publieke en Semipublieke eigendommen in Zutendaal' goed.
Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het Agentschap Wonen-Vlaanderen en IGS Lokaal Woonbeleid GAOZ.