Overwegende dat de drinkwatermaatschappijen dienen over te gaan tot de aanrekening van de integrale kostprijs verbonden aan de productie en distributie van drinkwater, de afvoer en zuivering van de afvalwaters en de verrekening ervan in de kostprijs per m³-drinkwater, verkocht aan particulieren;
Overwegende dat de kostprijs volgende componenten omvat: het vast recht, de levering van water, de zuivering van afvalwater door bovenlokale waterzuiveringsinfrastructuur en de lokale afvoer van afvalwater via lokale rioleringen naar de bovenlokale waterzuiveringsinfrastructuur;
Overwegende dat de beheerder van de lokale rioleringsinfrastructuur FLUVIUS, een overeenkomst heeft afgesloten met de Watergroep, waarin de modaliteiten van de tarifering van kostprijs van de lokale afvoer worden bepaald;
Overwegende dat de Watergroep de vergoeding voor de lokale afvoer van afvalwaters in alle omstandigheden aanrekent aan particulieren zonder rekening te houden met woningen, die gelegen zijn in straten waar geen riolering beschikbaar is;
Overwegende dat bezwaarlijk kan worden aangenomen dat betaald dient te worden voor een dienstverlening waarover een gezin buiten haar wil niet beschikt;
Overwegende dat het billijk wordt geacht dat een compensatie wordt voorzien voor particulieren woonachtig in woningen, gelegen in straten of delen ervan waar geen riolering beschikbaar is en waarvoor ten onrechte de component "lokale afvoer" werd aangerekend door de Watergroep;
Overwegende dat deze compensatie aan particulieren kan gebeuren door middel van een toelage;
Overwegende dat voor de rest van de legislatuur tot en met het dienstjaar 2025 de voorkeur wordt gegeven aan de uitkering van een toelage teneinde zo snel mogelijk te voorzien in een compensatie;
Gelet op de bepalingen opgenomen in het decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het decreet van 28 april 1993 houdende het administratief toezicht op de gemeenten van het Vlaams Gewest;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 houdende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
Gelet op het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Gelet op de wet van 1971 op de bescherming van oppervlaktewateren tegen verontreiniging, laatst gewijzigd bij decreet van 24 december 2004 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2005, (BS van 31 december 2004) en inzonderheid de artikelen 64 tot en met 79;
Overwegende dat met de wijziging van de wet van 1971 de saneringsplicht voor afvalwaters wordt opgedragen aan de drinkwatermaatschappijen;
Voor de rest van de legislatuur tot en met het dienstjaar 2025 wordt binnen het gemeentebudget voorziene kredieten een toelage toegekend aan particulieren woonachtig in woningen, gelegen in straten of delen ervan die niet over riolering beschikken en dit als compensatie voor de door de Watergroep aangerekende vergoedingen "Gemeentelijke bijdrage voor afvoer" in het kader van de nieuwe waterfactuur.
§1. De toelage wordt als volgt bepaald: de door de Watergroep aangerekende vergoedingen "Gemeentelijke bijdrage voor afvoer", zoals vermeld op de nieuwe waterfactuur, met een maximum van 90 EUR, incl. BTW.
§2. Enkel particulieren komen in aanmerking voor de toekenning van een toelage. Voor de toepassing van dit reglement worden enkel natuurlijke personen als particulier beschouwd.
§3. De toelage wordt toegekend aan de particulier aan wie de waterfactuur werd verzonden door de Watergroep.
§4. Enkel woningen, gelegen in straten of delen ervan die niet over riolering beschikken komen in aanmerking voor de toekenning van een toelage.
§1 De rechthebbende wordt een aanvraagformulier voor de toelage toegestuurd dat hij/zij uiterlijk op 01 juni dient terug te bezorgen aan het gemeentebestuur, Oosterzonneplein 1, 3690 Zutendaal.
De postdatum geldt als datum van aanvraag. Aanvragen die toekomen na 01 juni geven geen recht op toekenning van een toelage.
§2. Bij de aanvraag dienen de volgende documenten gevoegd:
De uitgaven worden aangerekend op budgetsleutel 2020/6497050/Ruimte/0310 (toelage niet-beschikbaarheid van riolering) van het meerjarenplan 2020-2025.