Het afleveren van allerlei administratieve stukken brengt voor de gemeente zware lasten met zich mee. Bijgevolg is het aangewezen om hiervoor een gematigde belasting in te vorderen.
Gelet op de financiƫle toestand van de gemeente en de geldende begrotingsonderrichtingen terzake.
Er wordt met ingang van heden een belasting gevestigd op het afleveren door de gemeentebestuur van allerlei administratieve stukken.
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen aan wie het stuk wordt afgeleverd.
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld als volgt:
De belasting wordt ingevorderd bij het afleveren van het document. Het bewijs van betaling wordt vastgesteld door het aanbrengen op het stuk van een plakzegel waarop het geïnd bedrag vermeld staat.
De personen die onderworpen zijn aan de belasting zijn eveneens verplicht er het bedrag van in bewaring te geven op het ogenblik van de aanvraag, indien het document niet onmiddellijk kan afgeleverd worden. Er wordt kosteloos een ontvangstbewijs van de in bewaring gegeven sommen afgeleverd.
Wanneer de gevraagde stukken met de post worden verstuurd, worden de verzendingskosten aan de belasting toegevoegd. Die kosten dienen bij de aanvraag te worden betaald. Zij zijn eveneens verschuldigd en vooruit betaalbaar wanneer artikel 4 van toepassing is.
Worden van de belasting vrijgesteld:
De belasting is niet toepasselijk op de afgifte van stukken, welke krachtens een wet, een koninklijk besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten behoeve van de gemeente onderworpen is. Uitzondering wordt gemaakt voor de rechten welke de met het afgeven van reispassen belaste gemeenten ambtshalve toekomen krachtens artikel 13 van de wet van 4.7.1956 en het K.B. van 20.12.1972 en 12.11.1976.
Wanneer de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting ingekohierd.
De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het dienstjaar door het college van burgemeester en schepenen.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de invordering belaste ontvanger die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten.
Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingplichtigen.
Het aanslagbiljet bevat de elementen vermeld op het kohier, de verzendingsdatum, de uiterste betalingsdatum, de termijn waarbinnen een bezwaarschrift kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Het reglement of een samenvatting van het reglement op basis waarvan de belasting is gevestigd, wordt op het aanslagbiljet afgedrukt of wordt als bijlage toegevoegd.
De belastingplichtige kan tegen zijn aanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen binnen drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de belasting indien dit op een andere wijze dan per kohier gebeurde.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen worden ingediend. Het bezwaarschrift mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt de naam, de hoedanigheid, het adres of de zetel van de belastingplichtige alsmede het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en middelen.
Het college van burgemeester en schepenen of het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen acht dagen na de verzending of de indiening van het bezwaarschrift.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële missingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz. zolang de gemeenterekening van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Dit besluit zal overeenkomstig artikelen 285-288 en 330-333 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 gepubliceerd en bekendgemaakt worden.
Het reglement van de gemeenteraad van 19 december 2019 betreffende dezelfde materie wordt opgeheven.